 |
|
|
 |
 |
 |
 |
|
Kameroen
Kribi beach [09 April 2004 - tim]
Net zoals Boboi beach in Gambia en Wendy's in Ghana is Kribi beach 'a got to go place'. Na onze oversteek van de woestijn en de bergen was het meer dan welkom om een paar dagen uit te rusten op deze magnifieke plek. Kribi ligt 170 km ten zuiden van Douala en 250 km ten noorden van de evenaar. De temperaturen waren er tropisch, de palmbomen talrijk en de zee een tikkeltje te warm. Slapen deed je in kleine huisjes op het strand met de branding van de zee als perfecte slaapgeleider. De ideale plek dus om mijn moeder kennis te laten maken met de dingen des Afrique. Vijf dagen zijn we hier gebleven. Doorheen de dag deden we niet meer dan zitten, liggen, zwemmen, slapen, wandelen, lezen, petanquen, pinten zuipen en gegrilde vis eten. Vissers vaarden uit, vingen hun vis en kwamen die dan 's avonds aanbieden voor verkoop. Vrouwen wandelden met hun koopwaar op het hoofd en de baby op de rug over het strand. Kunstenaars leurden met hun 'Arts and Crafts' bij iedereen die ze tegenkwamen. Rustig, relaxed, genietend van de dingen. Eén dag zijn we samen met André, de plaatselijke gids, op zoek gegaan naar de Lobé waterval.Het is één van weinige watervallen in de wereld die rechtstreeks in de zee terecht komen. Daarna op de gelijknamige rivier nog een 'piroque-tocht' gemaakt. De rivier loopt recht de brousse in. Verder in het binnenland wonen er Pygmeeën langs de kant van deze rivier. Gigantische bomen vullen de oevers en in die bomen zitten op hun beurt kleine aapjes en veelkleurige vogels. Langsheen de oevers lagen dan weer kleine huttendorpjes. Mensen zaten in het water te wassen en te plassen, sommige vaarden in hun eigen piroques voorbij. Lut keek ernaar en tintelde van al dat schoons bijna in het water. Gelukkig was André snel genoeg om haar in één beweging op te vangen en zo te redden van de verdrinkingsdood. ;)
(
)
Campo [09 April 2004 - tim]
Via een aarderode piste bereik je Campo 100 km ten Zuiden van Kribi en vlak aan de grens met Guinée Equatoriale. Dit is ook meteen het verste punt op onze reis. Vanaf hier zal het enkel nog Noordwaarts gaan. Maar eerst nog een paar dagen genieten van het aangename dorp en zijn indrukwekkende omgeving. Het Centraal Afrikaanse regenwoud begint ongeveer hier en strekt zich oost -en zuidwaarts uit over Gabon, Guinée Equatoriale, Congo Brazzaville en Congo Kinshasa. In de omringende jungle zitten onder meer chimpansees, gorilla's, woudolifanten, panters, slangen, spinnen, miereneters, leeuwen, krokodillen, en waarschijnlijk nog zoveel meer. We sliepen in het dorpje zelf in een klein hotelletje. Net toen we arriveerden was er ook een reportageploeg van 'Over Leven' van Canvas daar. Ze waren een documentaire aan het draaien over het regenwoud en zijn bewoners. Een bioloog uit Leuven was meegereisd om 's nachts mooie grote spinnen te vangen (die hij dan hield in plastic zakjes naast zijn bed). En ze hadden ook de betrachting om een stuk te draaien over de gigantische houtkap in deze contreien. Een onderwerp dat hier uiteraard zeer gevoelig ligt en waarvoor ze voldoende tegenstand kregen telkens als ze de camera's bovenhaalden in onteigende gebieden. (Als iemand de documentaire op Canvas in de volgende weken zou zien, neem die dan voor ons op, please)
Na, alweer, smakelijk gegrilde vis in de plaatselijke bar, een goede hete nachtrust en een simpel ontbijt trokken ook wij de jungle in. De bedoeling was om zo ver mogelijk met de auto te geraken en dan te voet verder te trekken naar de Menvé élé watervallen. s' Avonds zouden we dan terugkeren naar Campo. En maar hopen dat we onderweg, zoals steeds op deze reis, genoeg BEESTEN zouden tegenkomen! En dat viel geleidelijk aan wel mee. Het was hier natuurlijk Pendjari niet, de begroeiing in de jungle is zo dicht dat we al content waren met de paar apen in de bomen, de leguanen langs de weg, de vele mooie vogels in de lucht en vooral de mysterieuze dierengeluiden uit het woud. Spijtig genoeg geen panters die op het dak van de auto sprongen of olifanten die ons de weg versperden. Na zo'n 80 kilometer over een prachtig baantje dat ons over brugjes en door riviertjes leidde, waren we op het punt dat we de auto achter moesten laten om vandaar te voet verder gaan naar Menvé élé. We kregen pardoes drie gidsen mee waarvan we gelukkig maar één moesten betalen. Het eerste stuk van de wandeling bracht ons tot aan een vrij brede rivier die we één voor één moesten oversteken in een mini uitgekerfde boomstam. Eén beweging te fel naar links of rechts en je kantelde zonder verpinken in het water. Rustig blijven zitten dus en hopen dat er geen krokodillen onder deze stronk zwommen. Het tweede stuk van de wandeling bracht ons midden in het regenwoud. De begroeiing was dik en de machetes kwamen goed van pas. In de verte hoorde je al het enorme gedonder van vallend water. Onderweg kletsten we met de gidsen over de dieren die hier zitten. Vorige week hadden ze nog gorilla's gezien en ze nodigden ons uit om hier een paar dagen te blijven om 's nachts op zoek te gaan naar deze grote apen. Hadden we geweten dat dat mogelijk zou zijn dan hadden we er misschien rekening mee gehouden maar de tijd liet ons niet toe om hier te blijven, spijtig. Een volgende keer misschien. Ondertussen waren we al gearriveerd aan de watervallen. Ze liggen met zijn tweeën netjes op een rij. De ene al spectaculairder dan de andere. Echt hoog zijn ze niet maar het debiet van het water is enorm. De grote opspattende nevel is lekker verfrissend. Een fotooke hier en een filmke daar, een paar bananen in de slokdarm en hop, terug de jungle in.
Op de terugweg werd ook duidelijk hoe makkelijk je hier kan verdwalen. Lut liep met twee gidsen voorop en Michèle met één achteraan. Ik zat daar zo een beetje tussenin. Twee keer ben in moeten stoppen omdat ik bijgod niet meer wist welke kant ik uit moest. Zo'n jungle doet iets raar met je oriëntatie, me dunkt. Maar na een paar uur waren we weer veilig en wel aan de auto. De toevallig passerende dorpschef nam ons nog mee naar zijn huisje om verse sinaasappels te plukken. Dankbaar omdat er eindelijk nog eens bezoekers in dit (zijn) mooie gebied opdoken. We beloofden dat we vanaf nu iedereen naar hier zouden sturen. Was het maar waar.
Op de terugweg naar Campo kwamen we nog het meest spectaculaire van de dag tegen. We reden met een behoorlijke snelheid op de piste toen ik plots links van mij in de berm een gigantische hoop slang zag liggen. En met gigantisch bedoel ik ook gigantisch. Dit was niet zomaar een adder, cobra of boomslang. Dit was een uit de kluiten gewassen wurgslang. Een zwartachtige python die net de weg wou oversteken toen wij eraan kwamen. Het beestje was wel 20 centimeter dik en 4 meter lang. Waaw, nog nooit gezien, zo in het wild. Ik reed nog vlug een paar meter terug toen het in beweging kwam en de weg overstak. Wat een elegance, wat een lengte, wat een kleur en wat een mooi patroon. Alledrie zaten we en keken ernaar. Lut wilde nog uit de auto springen om er een paar fotookes van te nemen maar dat kon ik haar gelukkig beletten. Ook die beesten kunnen als ze honger hebben snel zijn. En per slot van rekening zijn wij maar de gasten in hun territorium.
(
)
De Manengoubo kratermeren [09 April 2004 - tim]
Elvis lééft! En wel in Bangem, een dorpje 'off the beaten track' in Zuid - West Kameroen. Hij heeft hier een huis in volledige Elvis-stijl recht tegenover het hotelletje waar wij twee nachten verblijven. Op de voorgevel staat 'Graceland' en de joekel van een satellietantenne staat naar het Westen gericht, naar de USA dus (zie foto). We hebben hem wel niet gezien, hij scheen juist een weekendje weg te zijn. Pech, maar voor Elvis waren we natuurlijk niet hier. Wij gingen een dagje 'hiken' naar de spirituele kratermeren van Manengoubo. Volgens het lokale Bakossi volk zijn deze meren heilig. Op sommige dagen van het jaar worden er ceremonies gehouden om de geesten van dienst te zijn. Er is het vrouwelijke meer en het mannelijke meer. In het mannelijke meer mag niet gezwommen worden, in het vrouwelijke wel. Reden genoeg om ook eens een kijkje te gaan nemen. Dan moesten we wel eerst over het bergmassief dat tussen de meren en het dorpje lag. Lonely Planet zei drie uur te voet 'uphill'. Er was maar één weg en die ging sterk omhoog, acht kilometer lang om precies te zijn. Om de een of andere reden kreeg Lut op zo'n drie kilometer voor de top om de 100 meter krampen in de kuiten. En Michèle kreeg door de hoogte en de inspanning last van drukverschillen in de oren waardoor het bij momenten moeilijk ademen was. Zeer optimale omstandigheden dus om een berg te beklimmen. Het werd zelfs soms zo hilarisch dat ik de twee vrouwen elk aan één hand omhoog moest trekken. En wij wilden een paar dagen nadien nog Mount Cameroon gaan beklimmen (haha!) Dat laatste is trouwens niet doorgegaan. Het oorspronkelijke plan was om na Luts vertrek met zijn tweetjes de berg te bedwingen. Wegens tijdsgebrek -we moesten het land immers uit- hebben we het aan ons voorbij moeten laten gaan. Jammer.. De meren hebben we die dag niet gehaald maar de top van de berg wel. Een hele opluchting, de frustratie zou anders te groot geweest zijn. Het zicht van op de berg over het uitgestrekte 'caldera' -plateau (ongeveer dezelfde begroeiing als de pampa in Chile) was magnifiek. Om Lut naar boven te krijgen had ik ook even de smoes verzonnen dat er op dat plateau zeker olifanten zouden staan. Het hielp, vijf uren na het vertrek en volledig uitgeput stonden we er. De terugweg ging natuurlijk vlotter. Acht kilometer omlaag. Om ter snelst een frisse pint naar achter smijten was de afspraak. Rara wie er gewonnen heeft.
De dag erna hebben we dan maar onze superbak genomen om een kijkje te gaan nemen aan die meren. Heel die weg terug over de bergen en het plateau. Na een half uurtje stonden we al aan The Woman Lake. Schoon schoon, maar de weg ernaar toe was toch schoner. Ik heb dan nog alleen de krater van het Man Lake beklommen (de vrouwen konden geen berg meer zien) en die was nog net iets mooier. Mooi groen water, met wilde begroeiing aan de kant. Kon er nu maar net een eruptie plaatsvinden..
(
)
Road Safety [09 April 2004 - tim]
De gevaren van 'Coupeurs de Route', hotelbandieten en giftige slangen is nog niets vergeleken met de gevaren op de weg, in Kameroen althans. Van de 13 Afrikaanse landen die we tot nu toe hebben aangedaan is Kameroen ronduit het meest geflipte om in rond te rijden. Er is geen enkele dag voorbij gegaan dat we GEEN ongeval hebben gezien. De ongevallen die hier gebeuren beperken zich ook maar zelden tot blikschade. Bij de meeste ongevallen die wij op onze weg zijn tegengekomen zaten er zwaargewonden of doden in de zwaar toegetakelde voertuigen. Zoals ik in het roadbook al schreef is Kameroen een bergachtig land met goede en slechte wegen. De truckchauffeurs en de chauffeurs van de brousse taxi's op kop, trekken zich van snelheidsbeperkingen niets aan. Inhalen op hellingen en midden in blinde bochten is meer regel dan uitzondering. "Als GOD wil dat wij een accident krijgen, dan krijgen we dat maar, dat is GODS keuze" is de redenering van veel van die chauffeurs. En ze knallen er bijgevolg maar als 'untouchables' op los.
We waren in Tsjaad al gewaarschuwd dat we ons in bochten altijd uiterst rechts moesten houden. En dat we, als camions op hellingen voorbij willen steken, die dan vlotjes voorbij moeten laten gaan. We hebben het geweten. Twee keer zijn we een bocht in gegaan terwijl er op ons rijvak een reusachtige tientonner op ons af kwam. Die mannen wijken geen centimeter. We zijn dan twee keer met de bak in de berm beland terwijl dat monster toeterend voorbij raasde. Met onze auto kan je al eens met een serieuze snelheid langs de weg terechtkomen. Die begint niet zo snel te slippen. Maar met een kleiner autootje is dat wel anders. Resultaat zijn de ontelbare wrakken langs de kant van de baan.
We waren nog maar twee dagen in Kameroen toen we de grote oversteek naar het Zuiden maakten. We verlieten 's morgens Garoua op weg naar Ngaoundéré. Net buiten het stadje staat er midden in een vrij scherpe bocht en op ons rijvak, een zware, oranje truck stil. Wij komen als eerste auto achter die truck gereden. Links van de truck liggen allemaal kapotte bakken bier over het wegdek. Wat was daar nu gebeurd? Een kleine camionette was midden in die bocht aan het voorbij steken. Die truck komt van de andere kant en kan natuurlijk niet meer stoppen. De camionette vliegt frontaal in de snuit van de truck. De bestuurderscabine van de camionette was nog dertig centimeter breed. Op het moment dat ik uit de auto stapte was het ongeval juist gebeurd. Dat hadden we toen nog niet door. Ik ging kijken en zag de drie mannen van de camionette vastzitten en in volle shock roepen om hulp. Ik besefte net op tijd dat ik mijn Rode Kruis T-shirt aan had en dat dat wel eens voor problemen kon zorgen (Die Witte is een dokter! Hij moet ons helpen!) en draaide me snel om om iets anders aan te trekken. In nog geen 2 minuten stond er al tien man te trekken aan de carrosserie om die gasten te bevrijden. Maar dat ging zo simpel nog niet. Na twintig minuten was de eerste passagier er eindelijk uit. Hij werd neergelegd in de berm en verloor onmiddellijk het bewustzijn. De tweede passagier werd een kwartier later uit het wrak gehaald met zware verwondingen. Eén van zijn voeten hing nog net met de achillespees vast aan het been. Hij was al volledig buiten bewustzijn. Ambulances rijden hier niet en in zo'n geval wordt er - bij gebrek aan beter - een taxi gestopt, zetels plat gegooid en de lichamen er vanachter in gelegd, op naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis en dat kan wel eens ver zijn. Toen één kant van de weg terug vrij was konden we doorrijden. De chauffeur zelf hebben we niet meer bevrijd zien worden. Leven deed hij waarschijnlijk toch al niet meer.
Iets verder op dezelfde baan staat een zware Mercedes, neus frontaal ingedeukt. Een camion met een lange metalen kabel trekt het andere wrak uit het ravijn langs de weg.
Wij passeren, slikken en weten genoeg.
Op de smalle gravelpiste in de bergen van Centraal Kameroen zien we elke paar kilometer wrakken in het ravijn liggen. Hele bussen, auto's en brousse taxi's, die waarschijnlijk vol met passagiers uit de bocht zijn gevlogen.
Wij toeteren vanaf nu vóór en in elke bocht.
Op de dag dat we Douala definitief verlaten komen we in een monsterfile terecht. Een paar kilometer verderop heeft er zich alweer een zwaar accident voorgedaan. Een truck negeert een checkpoint en slaat op de vlucht. De politie gaat er achteraan. De truck verliest de controle en knalt tegen een taxi. Drie doden en twee zwaargewonden. De verkeerschaos op de enige toegangsweg naar deze grote stad is enorm.
Wij zitten en kijken ernaar.
Iedereen raadt ons af om van Douala naar Yaoundé te rijden. De Kameroenezen noemen het 'The Axis of Death'. Elke dag gebeuren er op deze 300 km lange baan zware accidenten. Dagelijks vallen er hier gemiddeld 15 doden.
Wij rijden niet naar Yaoundé.
We waren dan ook heel blij dat we Kameroen heelhuids en zonder accidenten hebben kunnen verlaten. Niet dat ze in Nigeria rustiger reden, verre van, maar hier zijn de wegen ten minste breed, recht en in goede staat. En de duizenden politiecheckpoints maken dat je toch nooit een hoge snelheid haalt.
(
)
Overval in Limbé [09 April 2004 - tim]
Het Engelstalige Limbé is de laatste halte vooraleer terug naar Douala af te zakken om aldaar Lut op het vliegtuig te zetten. Limbé ligt aan de kust op zo'n 60 kilometer ten Noorden van Douala. De zwarte vulkaanasstranden zijn er niet zo mooi als in Kribi maar het is er toch de moeite waard om deze familiale rondreis af te sluiten. We zitten hier op 15 km van Cape Debundsha, de tweede meest vochtige plek op aarde. En dat voelen we. Het zweet loopt letterlijk in stromen van ons lichaam. Dag en nacht. Slapen doen we in Etisah beachhouse, een hotelletje op 600 meter van de betonnen baan en op 200 meter van het strand. Lut slaapt in een kamer op het gelijkvloers dat uitgeeft op de binnenkoer. Wij slapen in onze slaapbak buiten de ommuring, in het gras, langs een gravelweggetje. Twee gardiens houden de wacht. Wat we nog nooit aan de hand hebben gehad en al lang niet meer verwachtten gebeurde nu toch. Bandieten op het terrein. Rond drie uur 's nachts worden we allemaal wakker van een enorm kabaal. We horen mensen vechten, lopen, kloppen en schreeuwen. Niemand verroert zich. Dit moeten de gardiens maar oplossen. Wij weten niet goed wat er aan de hand is. Moeder sluit haar ramen en doet haar deur dubbel in het slot. Na een half uur schermutselingen wordt het terug stil. Net op dat moment begint het te regenen. Ik was die avond te lui geweest om het regenzeil aan de tent vast te maken en moet nu dus toch uit bed. Ik was nog niet goed van de ladder af of de gardiens staan al bij me, opgewonden. "Er zijn bandieten langsgeweest!" "We hebben ze een goed lesje geleerd!" "Ze zijn nu gevlucht daar de brousse in!" "Ze zullen nu wel niet meer terugkomen!" Ik geloof de mannen op hun woord, hang het regenzeil op en kruip terug in bed. 's Morgens aan de ontbijttafel wordt ons het een en ander duidelijk. De timide werkers in het hotel vertellen dat er inderdaad bandieten getracht hebben in het gebouw te geraken.
'Ze waren met zo'n acht man. (da's inderdaad niet niks) De gardiens hadden gelukkig versterking gekregen van een paar collega's van de buren. En hebben de boel in een hevig gevecht verdedigd. Eén gardien heeft een machetewonde. De bandieten vluchtten na deze mislukte overval naar een ander hotel verderop. Daar hadden ze meer geluk en zijn ze binnengebroken in een paar hotelkamers waar ze onder bedreiging de bezittingen van de gasten hebben gepikt. De politie loopt hier ondertussen rond en voert een 'grondig' onderzoek. We moeten ons geen zorgen maken voor de volgende nachten. Er zullen genoeg gardiens zijn.'
Yoohaaa, welcome in Cameroon, mother! Dat was inderdaad spannend. Gelukkig is er niets ernstigs gebeurd. Wij genieten voor de rest van de dag nog van het strand en van de zee. Ondertussen zien we politie komen en gaan. De zaak wordt precies wel serieus genomen.
Het is terug avond. We hopen dat de gardiens zelf geen schrik hebben gepakt en niet durven opdagen. Het is 21u en het hotelpersoneel vertrekt, allemaal. Tiens, gisteren vertrokken ze om 22u toen de gardiens begonnen te werken. Nu zijn ze al weg voor de gardiens aanwezig zijn. 21u30, Lut gaat slapen. Michèle en ik zijn er niet gerust in en wachten aan de auto tot de gardiens arriveren. 22u, geen gardiens. 22u30 nog steeds geen gardiens. Wat ons ook opvalt is dat gisteren alle buitenverlichting aan was en vandaag niet. We beginnen ons nu toch wel zorgen te maken. 23u00, nog steeds niemand. Alles is pikkedonker, het hotelpersoneel is weg, geen gardien te zien, gisteren acht overvallers op het terrein, en nu zes gasten aanwezig, waaronder mijn moeder. Jeezes christ, dit is toch geen opgezet spel? Een deal tussen de gardiens en de overvallers? Onze paranoiamolen begint hevig te draaien. We beslissen dan maar zelf wakker te blijven. Als hier een paar man opduikt zijn we alles kwijt, zonder gardiens althans. En hoe is het eigenlijk in godsnaam mogelijk dat zo'n hotel achterblijft zonder dat er ook maar iemand van het personeel aanwezig is? Ik begin me serieus op te fucken. Met de baseballbat-achtige steel van een schop doe ik een ronde langs het hotel. Ik klop op deuren waar misschien personeel ligt te slapen, niemand antwoordt. Godverdomme, zie mij hier staan. Macho numero uno met een pitslamp en een baseballbat. Buiten probeer ik tevergeefs het licht aan te krijgen. Hoe komt toch dat alle lichten uit zijn? Ik word serieus paranoïde. Op dat moment komt er iemand over het pad gewandeld. Ik schijn hem in de ogen en vraag wie hij is. Hij is de gardien van het strandhuis 200 meter verder. Ik leg hem ons probleem uit en vraag of hij weet waar de gardiens zijn. Tiens, zegt hij, hij had ze daarstraks nog gezien in het dorp. Hij vindt het ook vreemd dat ze er nu niet zijn. Mààr, zegt hij, maak je geen zorgen, die bandieten zullen niet meer terugkomen. Ik was daar op dat moment nog niet zo zeker van. Ik zeg hem dat als hij mij op mijn vingers hoort fluiten, direct moet komen. "No problem, don't worry, don't be afraid." Yeah right, dat zijn we wèl, fucker! Soit, nog steeds geen gardiens. Het is al 24u30. We besluiten maar in bed te kruipen en zelf de wacht te houden vanuit onze boomhut. Michèle slaapt een uur, ik kijk naar buiten. Ik slaap een uur, Michèle kijkt naar buiten. En zo houden we dat vol tot 4u30. Ondertussen worden we om beurten gek van elk geluid, elke schaduw en beweging. We zweten ons te pletter. Yes dudes, paranoia took over. Om 5u vallen we allebei in slaap tot 9u. Het is terug ochtend en licht, er is niets gebeurd. Met een gi gan tisch ochtendhumeur hijsen we ons aan de ontbijttafel. Waar is dat verdomde personeel? Nee, beter, waar is hier de baas van de keet?!
We vragen aan de dienstjongen wie de baas is en of we zo snel mogelijk met hem/haar kunnen spreken. Geen probleem, ze komt zo dadelijk naar het hotel. Een half uurtje later staat daar inderdaad een Franse vlaai aan onze tafel. 'Vous voulez parler avec moi?' Jazeker, trut! Waar waren de gardiens vannacht? Hoe komt het dat er 's nachts niemand van het personeel aanwezig is terwijl er toch van alles kan gebeuren (brand, overval,...)? Waarom waren alle lichten uit? Dit is niet verantwoord! Wij zijn heel de nacht wakker gebleven om... enzoverderenzovoort. Het vrouwmens begreep er niets van. Er waren volgens haar toch gardiens? (no, die waren er niet) Het hotel blijft 's nachts nooit alleen? (toch wel afgelopen nacht, een nacht die volgde op een nacht vol overvallers!!) Uiteindelijk moet ze toegeven dat er een paar fouten zijn gebeurd en biedt ze haar excuses aan. Het zal niet meer gebeuren. Vanavond is iedereen op zijn post. (laten we het hopen) En inderdaad, die avond zaten er misschien wel zes gardiens. Allemaal zeer geconcentreerd en 'professioneel' (ha) het terrein te bewaken.
En wij, wij sliepen die nacht als roosjes in een bedje van satijn.
De 'FUK YOU' van de reis [09 April 2004 - tim]
N' Gaoundéré, 29 februari, 17u. We hebben er net een helse dag opzitten met vieze accidenten en slechte wegen en beslissen om te gaan slapen in RANCH de N' GAOUNDABA. De LP zegt dat het er zeer mooi is, rustig gelegen en dat kamperen mogelijk is. Hiervoor rijden we nog een extra 35 km over een rotslechte piste de brousse in. We komen uitgeput en wel aan en begeven ons naar het mooie hoofdgebouw. Een Française ontvangt ons een tikkeltje arrogant maar wij doen toch onze uitleg: 'op weg naar Douala', 'met de auto door afrika', 'zware wegen', ' de hitte', etc... En vragen dan of we hier kunnen kamperen. Het antwoord is een droge 'njet'. Dat is niet mogelijk 'het is hier een hotel, geen camping', zegt ze. Ok, wat kost dan een kamer? '15.000 CFA.' Sorry maar dat is te veel voor ons. Maar de LP zegt dat kamperen mogelijk is? 'Dan is de LP fout', repliceert zij zonder verpinken. Wij beginnen het al serieus op onze heupen te krijgen en zeggen: 'Tja, dan blijven we hier maar niet slapen maar kunnen we dan aub iets drinken?' We stierven van de dorst. En wat antwoordt dat mens? 'Neen, dat is niet mogelijk, wij zijn een hotel-restaurant, geen bar!' Op dat moment, we hadden een kutdag achter de rug, 400 kilometer gereden en dan nog eens 35 extra naar deze plek, zakte Michèle en ik bijna simultaan door de grond. 'Ok, dan zijn we weg!' We hebben ons omgedraaid en zijn nog een half uur in onze auto gaan zitten en hebben er warm water gedronken. Wij begonnen bijna te koken. Er was hier geen kat, geen klanten, niets. Wij zouden er eten, drinken en ontbijten. Allemaal toch opbrengst voor die bitch, of niet? Maar neen, liever geen klanten dan twee klanten die geen kamer nemen maar wel betalen om te kamperen en te eten.
Daarom, beste mensen, gaat de 'FUK YOU' van onze reis naar dat wijf van de N'Gaoundaba Ranch.
Omdat we geen zin meer hadden om helemaal terug naar het stadje te rijden om daar nog op zoek te gaan naar een hotel, hebben we gekampeerd in de brousse vlak langs het terrein van de Ranch. En omdat onze woede 's anderendaags nog niet helemaal bekoeld was (allé die van mij toch alleszins niet) heb ik met behulp van gaffa-tape een duidelijke FUK YOU aangebracht op het reclamebord van de Ranch in het stadje. (zie foto's) Vandaar ook de reden van de FUK ipv FUCK. Ik was in alle opwinding vergeten de C te plakken. Dat verklaart ook waarom de tweede foto zo wazig is. Ik stond er potdorie te trillen op mijn benen..
(
)
|
|
| vertrek...14/09/03 |
| website online!...19/09/03 |
| Overzet Spanje - Marokko...29/09/03 |
| intro Mauretanië ...14/10/03 |
| Senegal !!...20/10/03 |
| The Gambia...03/11/03 |
| back to Senegal.....17/11/03 |
| and on to Mali...19/11/03 |
| crossing Burkina border...30/11/03 |
| into the Ghanaian madness...14/12/03 |
| racing through Togo...03/01/04 |
| Benin!...04/01/04 |
| aankomst Niamey...26/01/04 |
| Chad !...23/02/04 |
| Cameroon Cross...27/02/04 |
| exit Cameroon - enter Nigeria...24/03/04 |
| back on Nigerien soil...26/03/04 |
| back to Burkina...03/05/04 |
| inside Mali again...05/05/04 |
| Crossing Mauritania...13/05/04 |
| re-enter Morroco...17/05/04 |
| exit Africa - back to Europe...03/06/04 |
| BACK HOME, BASTA!...26/06/04 |

|
|
|
 |