Home Wie zijn Tim en Michèle? Toyota?! Pics & stuff Message board Mail naar Tim en Michèle
Roadbook

Bamako-Nouackchott-Agadir [07 June 2004 - tim]
Roadinfo voor Overlandcompagnons en natuurlijk al de rest.

De terugweg van Mali naar Mauritanië en Marokko beschrijf ik hier bondig omdat er buiten het rijden, naar het landschap turen en op tijd en stond een plaspauze houden, weinig te beleven viel. Op een paar dingetjes in Mauritanië na dan..

Het was ook onze 'exit black-Africa ' rit, iets waarover we in Marokko al veel hebben liggen peinzen. Maar aan alle mooie dingen komt een einde en deze update van het roadbook is dan ook de allerlaatste . (al kan het beschrijven van de Franse Routes Nationales ook héél interessant zijn. ;) )

Bamako - Nouackchott

Weg uit Bamako, de bruistablet van Mali, op naar het noorden.

Route:

Bamako - Diéma - Nioro (grens Mali) - Ayoun el' Artous (grens Mauritanië) - Kiffa - Nouackchott. (1500km)

De weg van Bamako naar Diéma loopt over een mooie betonnen baan tot aan de splitsing richting Nioro in Metanbougou. Van hieruit vertrekt een brede, snelle (wasbord)piste tot Diéma. Vanaf Diéma gaat er een ongelooflijke roetsjbaan 100 km op en neer tot in Nioro. Het gaat van stukken diepzand tot kuilen van twee meter diep en wasbord. De hele rattaklam dus.
Overnacht hebben we in het plaatselijke Campement van Nioro. De Malinese grensformaliteiten, die zeer vlot verliepen, moeten hier gebeuren, er ligt noch een Malinese noch een Mauretaanse grenspost op de grens zelf.

Vanuit Nioro zijn ze bezig met de constructie van een nieuwe weg tot Ayoun el' Artous. Enkel de eerste twintig kilometers zijn nog niet voltooid, je moet er naast de baan rijden door een paar 'tricky' stukken diepzand. De rest is splinternieuwe tarmac.

In Ayoun moeten, normaal gezien, de Mauritaanse grensformaliteiten gebeuren maar makkelijk is anders! Eerst moet je het douanegebouw zien te vinden. Op zich een voor de hand liggende klus in een stadje met maar één hoofdstraat maar als iedereen je een andere richting opstuurt wordt het al snel wat moeilijker. Eens bij de douane kregen we te horen dat de verantwoordelijke met de stempels op missie was en dat we voor de incheck van de auto in Kiffa moesten langsgaan, 200 km verder. Geen probleem, daar passeren we toch. Dan maar op zoek naar het politiebureau. Hier wisten twee versufte, diep in hun siësta verzonken agenten ons te vertellen dat ook zij geen stempels hadden en dat we voor deze incheck naar Tintane, 100 km verder, moesten. Geen stempels of geen zin, voor ons maakte het niet veel uit, krijgen deden we ze toch niet. Dus wij, al zeker twee uur op Mauritaans grondgebied, zonder enige stempel in ons carnet of paspoort verder richting Tintane en Kiffa. In Tintane speelde zich een soortgelijk scenario af bij de politie. Drie agenten languit op een bed met de zapper in hun handen, onverschillig, vermoeid voor zich uit starend naar het krakend televiesiescherm. En daar dan twee buitenlanders voor die enkel willen dat het een beetje vooruit gaat en dat die gasten hun werk doen. Twee stempels zetten, that's it. Maar nee, zij konden die stempels niet zetten zonder dat hun baas daarvan op de hoogte was en die baas lag thuis de heetste uurtjes van de dag weg te slapen. Maar wij moesten die stempels hebben, we konden immers zo niet blijven doorgaan tot in Nouackchott. Dus na een beetje aandringen zijn we samen met één agent in onze auto gesprongen en zijn we naar de Chef gereden. De Chef lag inderdaad in zijn ongelooflijk smerige living languit op een tapijt in een diepe slaap. Michèle en ik vonden het gênant in zijn plaats dat ook wij daar stonden terwijl de agent zijn baas moest wakkertikken om twee 'bloody tourists' het land in te laten. Na een kort gesprek tussen de agent en hemzelf en het uitvoerig bestuderen van onze paspoorten kreeg de agent het fiat om de stempels te zetten. Wij dachten gewoon terug te rijden naar het bureau, maar nee, zo simpel gaat dat in Afrika niet, eerste moesten we de 'secretaire' vinden want het is HIJ die de stempels effectief zet! Allright, great, te gek, super, zalig, … En waar is die man dan ergens? Tja, die ligt ook ergens onder een boom of in een hut bij zijn thuis. Wij dus opnieuw op sjok met de agent, doorheen mistroostig Tintane waar het vuil al jaren blijft liggen en waar er op de paar betonnen gebouwen na enkel vluchtelingkampachtige tenten zijn opgetrokken. In één van die tenten moest de 'secretaire' te vinden zijn. Na nog eens drie kwartier kwijt te spelen en drie verschillende tenten bezocht te hebben vonden we hem, hij die de stempel zet! Nu, met vier in de auto, terug naar het bureau. Daar was de klus gelukkig snel geklaard. Eindelijk officieel in Mauritanië! Nog even de secretaire terug afzetten aan zijn tent en we kunnen verder. Naar Kiffa, 100 km verder, om de auto te dedouaneren.

En in Kiffa hebben we opnieuw een heel uur aan het douanekantoor staan wachten vooraleer de juiste persoon, met de juiste sleutels om in de juiste kast te geraken om daar de juiste stempels te vinden, kwam opdagen. Jochei, strakke schema's en goede voornemens ten spijt, je komt er hier niet ver mee. Althans deze dag toch niet want de zon was al sterk aan het dalen en het volgende stadje lag nog eens 100 km verder. We beslisten dan maar om in Kiffa te blijven. Daar hebben we geslapen in 'Le Phare du Dessert' . Dit is een camping annex nomadentent plek waar we een heerlijke nacht hebben doorgebracht in zo'n tent met uitzicht op, uiteraard, de SAHARA.

De volgende dag ging het nonstop, zonder zever, 600 km verder tot de hoofdstad Nouackchott. Het was ook hier onze twee passage en het is heerlijk om een Afrikaanse hoofdstad binnen te rijden waar je de weg al min of meer kent. Hier moesten we wel zo snel mogelijk geld zien te wisselen, we hadden geen rotte 'oogie' meer.
Er was ons verteld dat de wisselkoers op de zwarte markt in Nouack op 380 oogiya zou liggen voor 1 euro. We moesten dat dus even checken met de werkelijkheid. Het makkelijkst was om gewoon even te stoppen en te vragen aan iemand die geld wisselde wat de koers was. Maar op het moment dat we langs de kant van de weg stopten kwamen daar opeens vanuit alle richtingen wel twintig Moren, allemaal hevig zwaaiend met calculators, aangelopen. Stuk voor stuk schreeuwend en tierend met een nog betere koers. Vier koppen langs beide zijden van de auto naar binnen stekend. Dit was natuurlijk niet te doen. Ten eerste is het illegaal om op straat geld te wisselen. Ten tweede begonnen die gasten vrij agressief te doen, in het Arabisch te discussiëren over wie de business met ons mocht doen en wie niet. En wij zaten daar tussenin. We probeerden de boel wat te bedaren door één iemand aan te duiden en de rest weg te sturen. Dat ging natuurlijk niet. Dan maar iedereen wegsturen maar we kregen onze ramen zelfs al niet meer dicht. Die Lunatics waren alsmaar feller en feller tegen de bak aan het duwen om hun kop binnen te kunnen steken en maar roepen, smeken en tieren. Tot dat Timboze het even helemaal kreeg en uit zijn krammen schoot. Ik heb effectief voor de eerste en hopelijk ook voor de laatste keer gebruld in Afrika: 'BACK OFF!! BACK OFF!! Maakt dat ge van die auto weg zijt! CAJE!! CAJE!!' Maar ook dat hielp maar even, Jeezeschrist! Het enige wat erop zat was het 'hem snijden', wegwezen, 'get out of here' vooraleer de politie passeert. Terug achteruit dus, de verkeersdrukte in en weg! Maar we waren nog niet weg. Het ongelooflijke was dat die gasten ons bleven volgen. Doorheen de verkeersdrukte zag je een groep mannen in hun wapperende, lichtblauwe BOUBOU's met een telmachine in hun handen tussen de auto's rennen om ons ergens anders terug op te pikken. Hilarisch zicht. Alsof ze allemaal een handtekening wilden. Aan het eerste rode licht stonden ze weer aan onze ramen maar wij deden alsof we niet thuis waren. We moesten doorrijden totdat ze ons te voet niet meer konden volgen. Per toeval kwamen we iets verder voorbij het wisselbureautje waar we de vorige keer hadden gedeald en stopten daar dus prompt. Toch was er één van die drummels in geslaagd om een lift vast te krijgen en ons dus zo met een auto te volgen tot onze halte. Hier was het gelukkig al een stuk rustiger met enkel een discussie tussen onze volger-aanhouder en de man van het wisselkantoor. De aanhouder won met de beste koers, 385 oogie per euro. De bankbiljetten werden geteld en gewisseld and off we went again, richting camping.

Camping des Nomades (1000 ougi pp, veilige parking en tof personeel), waar we de vorige keer ook verbleven is dik okee. Het ligt midden in het stadscentrum en net om de hoek van de befaamde Nouackchottiaanse snackbar ALI BABA. Enkel de grote moskee, die er ongeveer vlak naast ligt, doet je 's morgensvroeg uit je bed trillen op de best wel akelig gereverbte tonen van 'ALLAH L' AKBAR'.

De volgende dag was een rustdag waarop we niet veel hebben uitgespookt.

Route:

Nouackchott - Fort Gerguerat (grens) - Dakhla - Agadir in Marokko (2000km)

Back on the road, deze keer richting Marokkaanse grens. Tijdens de heenweg naar Dakar hebben we over dit stuk twee en een halve dag gereden. Dat kwam omdat er nog geen weg van de grens tot Nouackchott liep (ze waren er toen wel aan bezig maar de baan was nog lang niet voltooid). Alle verkeer moest dwars door de Sahara en over het strand tot Nouackchott. Iets dat op de heenweg een geweldig avontuur was. Zonder gids en met GPS in de hand onszelf een weg banen tussen en over de zandduinen was een absolute must en de laatste 160 kilometers over het strand een ware 'rocking experience'. Maar na 8000 km pistewerk in Afrika zagen we er een beetje tegenop om nog eens 520 km zand te vreten, banden op en af te laten en uren op de GPS te staren. Het was dan ook geweldig toen we in Nouack vernamen dat de nieuwe weg al vrij goed gevorderd was.

Je bereikt deze weg door vanuit het centrum richting strand te rijden en na zo'n 3 kilometer aan het laatste rondpunt naar rechts af te slaan, naar het noorden dus. Wat volgt is 160 km afgewerkte tarmac afgewisseld met stukken piste in vrij goede staat. Hierna word je geleid op een piste die de eigenlijke hoofdbaan 'onder constructie' volgt. Dit is een vrij makkelijk stuk met misschien een paar zandstretchen die moeilijk te nemen zijn in een 2WD maar waarvoor onze bak zijn ijdel neusje ophaalde. Deze baan stopt abrupt vlak voor je de spoorweg in het vizier krijgt. Vanaf hier moet je gedurende enkele kilometers de talrijke bandensporen volgen die leiden naar de hervatting van de werken. Eens het treinspoor duidelijk rechts ligt is het nog 50 km westwaarts waarvan de laatste over tarmac tot je een joekel van een DAKHLA - plaat ziet staan, naar rechts. Hop het spoor over en verder richting grenspost. Na een paar kilometer stopt de tarmac aan een klein gebouwtje. Je moet links omlaag rijden naar een kruispuntje: rechtdoor brengt je naar de Mauritaanse grensposten over de 'Old Spanish Road' 8 kilometer verder, rechts brengt je rechtstreeks naar het eerste Marokkaanse checkpoint en verder naar de grensformaliteiten in Fort Gerguerat. Easy as cupcakes! Maar blijf wel strak op de bereden paden, dit gebied ligt nog steeds vol met mijnen uit het Polisario tijdperk. Wij hebben de 500 kilometer plus grensformaliteiten in één dag geklaard. Vrij onverwacht allemaal.
Twee dagen later stonden we na een bloedsaaie tocht van 1500 kilometer over tarmac doorheen de Westelijke Sahara (Dakhla - Laayouné - Tan Tan) opeens in Agadir.

Shocking Agadir, met zijn Sheraton, casino's, fonteinen, neon en McDonalds. Yep, we're back! Bye bye 'humping - stumping - bumping' Black Africa.

OVER AND OUT
OUT
OUT
OUT
OUT
...

( )

Niamey - Lake Chad - N' Djamena - Douala [09 April 2004 - tim]
Route-info voor Overlandcompagnons en natuurlijk al de rest.

Op 20 februari zijn we dan eindelijk uit Niamey weggeraakt. Het thuisgevoel begon er groter en groter te worden en de feestjes waarop we uitgenodigd werden, niet minder interessant. Mààr, we moeten op 3 maart in Douala (Kameroen) staan, daar arriveert Lut met het vliegtuig vanuit Brussel. Twaalf dagen dus om vanuit Niamey naar de grens met Tsjaad te rijden (1600 km), door het mulle zand in de hoofdstad, N' Djamena, te geraken (700 km), aldaar visa voor Kameroen in orde te brengen, en verder in één ruk via het hooggebergte van centraal Kameroen naar Douala te racen (1900 km). Veel mag er tijdens deze 4200 km lange trip niet misgaan. Er valt eigenlijk geen dag te verliezen. Wat volgt is de beschrijving van enkele interessante trajecten van dit - O MY GOD - lange parcours.

Niger

Tot voorbij Birnin - Konni gaat het zeer vlot over gave asfalt met weinig verkeer. De vele verkeersdrempels in de dorpen en de soms moeilijke politie checkpoints moet je er makkelijkheidshalve bijnemen. Op zo'n 100 km voor Maradi begint de 'pothole' hel. Gaten en putten van alle slag volgen zich alsmaar sneller op. De ene keer moet je er snel overheen om de schok te absorberen, de andere keer ga je er TE snel overheen en krijgt de bak een stoot om 'AWE' tegen te zeggen. Het is al donker als we in Maradi arriveren. De 670 km op de teller is op zich niet slecht als eerste dag maar we hadden toch gehoopt om toch al in Zinder te geraken om zo in twee dagen de grens met Tsjaad te bereiken. Het zullen er sowieso drie worden.

De volgende ochtend beslissen we om de parking van het hotel waarop we mochten slapen zonder te betalen te verlaten. Geen eten, geen sanitair en veel lawaai maken het geen 5000 CFA (8 euro) waard om aan die hoteleigenaar (lees afzetter) te betalen. Ciao baby, up to Chad, come and get us!

De weg van Maradi via Zinder naar het verre Oosten van Niger loopt over een mooie baan doorheen nog mooiere landschappen. De uitgestrekte leegte maakt nu plaats voor heuvels en glooiingen die weliswaar fel begroeid zijn met allerlei soorten palm, mangobomen, acacia's en struiken. In de dorpen worden heelder akkers verbouwd en geïrrigeerd. De kaart leert ons dat de grens met Nigeria gevormd wordt door een rivier die maakt dat het land in deze 'sahel' droge contreien toch zeer vruchtbaar is. Langs de kant van de weg verkopen ze ananassen, papaya's en mango's. Dat hadden we al niet meer gezien sinds Benin. Tussen Zinder en Goudoumaria gaat de weg van kwaad naar erger. Ooit heeft hier een mooie macadam gelegen, wat overblijft is een naar 'de kloten' gereden weg vol putten en kuilen. Maximumsnelheid is 45 km/u. Een paar uur later en niet veel kilometers verder beslissen we de stoppen. Het schemert en het vooropgesteld volgende stadje ligt nog te ver. We blijven dus overnachten in Goudoumaria. Maar waar gaan we slapen? Wild kamperen is uitgesloten in dit grensgebied met Nigeria. Een hotel ligt hier niet, ook geen restaurant, laat staan een café. De streek is immers streng Moslim, een sigaret opsteken zou hier al eens voor problemen kunnen zorgen... We vragen het dus eens aan dat groepje jongeren dat ons staat aan te gapen. Eén van hen kent een Franse ontwikkelingswerkster in het dorp en brengt ons daar zonder aarzelen naartoe. En ja hoor, een sympathieke madam die het geen probleem vindt dat we onze bak voor haar huis zetten om daar in onze tent te slapen.

De volgende dag gaat het 120 km zeer vlot. Op die ene hond na dan die van achter een geparkeerde auto recht voor onze wielen komt gerend. Stoppen of uitwijken is geen optie, doorrijden wel. De eigenaars staan trouwens een paar meter verder. Een doffe slag en een helse 'KAIIT' verder is de klus geklaard. Het arme beest staat, zo te zien in de achteruitkijkspiegel, niet meer recht en de eigenaars beseffen nog niet goed wat er is gebeurd. Wij zijn al snel, met twee paar knikkende knieën, een veilige kilometer verder. Maar toch hebben we: 'Nen h-o-o-o-nd kapot gereden, gdvrdmme nog nie!'

Vanaf Diffa beginnen we ook langzaam in het zand terecht te komen. Op sommige stukken liggen er meer duinen over het wegdek dan ernaast. Soms is het zand zo diep dat elke passerende truck erin vastrijdt. De andere voertuigen moeten dan een alternatieve weg vinden rond het obstakel. Iets dat soms (meestal) tot hilarische taferelen leidt. Normaal stop je vroeg genoeg om even het alternatieve traject te verkennen op diepzand. De oude Toyota pickups met wel 25 man in de achterbak en op het dak trekken zich daar natuurlijk niets van aan en suizen met volle snelheid de grote zandbak in. De eerste twintig meter vliegen ze als het ware. Maar dan begint de auto langzaam dieper en dieper weg te zakken. Er wordt nog steeds vol gas gegeven en iedereen roept en tiert. Tot de auto na 50 meter tot stilstand komt met de vier wielen volledig in het zand. Vijf gasten springen uit de laadbak en beginnen te duwen en te graven, de anderen blijven in de bak roepen en tieren. De auto geraakt 10 meter verder en stopt opnieuw, vast. Opnieuw springen er een paar gasten af en helpen de anderen duwen en graven. En zo gaat dat maar door tot eigenlijk iedereen uit de auto is gesprongen. Nu is de auto natuurlijk licht genoeg om zonder problemen door het diepste zand te geraken maar ondertussen zijn ze wel al 45 minuten bezig met het karwei. Wij doen het dan maar op die andere manier. Vroeg genoeg stoppen, uitstappen en gaan wandelen over het zand. Genoeg harde stukken achter elkaar vinden om het momentum van de auto zo groot mogelijk te houden. Een spoor trekken tussen alle harde stukken en hopen op 'chance'. En dan, hup de auto in, 4x4 inschakelen, aanloop nemen en volle gas over de verkende stukken. In nog geen 15 minuten staan we aan de andere kant van de duin. Voilà.

Tegen de vroege namiddag zijn we dan eindelijk in Nguigmi. Het laatste Nigerijns dorpje voor de grens met Tsjaad. Het lijkt hier wel het einde van de wereld. Het zand is hier zo wit als sneeuw en zo fijn als poeder. De wind straalt hier met grote kracht elke gevel schoon. Op 800 km van de eerste Nigerijnse stad en 700 km van N' Djamena is 'remote' wel het minste wat je kunt zeggen. De straten liggen volledig onder het zand, sommige duinen beginnen langzaam huizen te verdringen. En de mensen zijn hier arm, zeer arm. Van wat er hier geleefd wordt is voor ons nog steeds niet duidelijk. Transport misschien. Nguigmi ligt op het kruispunt van de oude Touareg karavanen die per kameel vanuit Libië en Noord Niger naar Nigeria en Tsjaad trokken. Toen werd er nog sterk gehandeld in zout en zilver. Nu brengen die grondstoffen niet meer veel op. Het is hier dat wij de grensformaliteiten moeten klaren. Politie en douane kijken raar op als ze ons zien arriveren. Hier komen duidelijk niet elke dag toeristen. Daarna komen de gidsen zich één voor één aanmelden. Gasten die ons wel in één ruk tot N' Djamena willen escorteren. Hoeveel dagen heb je nodig, vragen we, om dat traject af te leggen? Volgens de ene vier dagen, volgens de strafste kan het zelfs op één dag. Wat kosten jullie dan? "65.000 CFA (100 euro) per dag!" Yeah right, over ons lijk. Dat is véél te duur. Dat is een gemiddeld maandloon in Niger. Maar is een gids wel nodig? "Jazeker", volgens de gidsen, "ten eerste vind je nooit alleen de juiste grensovergang naar Tsjaad. Die ligt ergens in het zand op 45 km hiervandaan". "Ten tweede krioelt het nog van de rebellen in het gebied, veel te gevaarlijk om alleen te doorkruisen". "Ten derde ga je nooit de juiste weg vinden, en liggen veel verschillende routes wat het allemaal heel verwarrend maakt in de woestijn". "En ten vierde mag je de corruptie van de politie en douane niet vergeten, die schudden het geld zo uit uw zakken". Dat klonk allemaal zeer optimistisch. Samen met de prijs die ze vroegen een vrij onhaalbare zaak. Ook al zouden ze met 30.000 CFA/dag akkoord gaan houden ze er, stel dat we hen voor 2 dagen meenemen, een heel maandloon aan over. Je zou als gids voor minder een beetje pushen. Natuurlijk hadden we zelf ook al geïnformeerd naar de gevaren en haalbaarheid van het traject. We kennen mensen die het gedaan hebben, weliswaar een paar jaar geleden, zonder problemen. We hebben GPS punten verzameld, dus hebben we steeds coördinatieve ruggesteun. We gaan zeker niet 's nachts rijden wanneer de rebellen het meest actief zijn. De corruptie van politie en douane, tja daar hebben we ondertussen wel al een beetje ervaring mee. We moesten dus dringend met een paar objectieve stemmen spreken. De politie bijvoorbeeld: Duur van het traject? "Twee dagen makkelijk. Dag 1 tot Bol (300 km), halfweg, dag 2 tot N'Djamena (400km)". Rebellengevaar? "Valt de laatste tijd zeer goed mee, alleen moeten jullie niet 's nachts rijden (onverantwoord)". Staat van de piste en wegmarkeringen? "Piste is diepzand, maar is zeer makkelijk te volgen. Er zijn maar een paar punten die verwarrend kunnen zijn. Het moeilijkste stuk is dat van Nguigmi zelf tot aan de grens maar vanaf daar wijst het zichzelf uit". Tsjaadse politie en douane? "Zéér corrupt! Oppassen met die mannen!" Is een gids nodig? "Bwa jaa, een gids is zeer makkelijk, als jullie er een kunnen meenemen zou ik dat doen". Tja, dat was politie. Dan toch maar een gids? Tot Bol, voor één dag? Maar dan wel voor 30.000 CFA en geen frank meer. De gids deed het, hij zou vanuit Bol zijn eigen vervoer terug regelen. Afspraak de volgende dag om 6u.

De volgende dag om 6u20 staat onze gids 'Zachari' met tulband en al aan onze bak. We zijn er helemaal klaar voor. Maar hij heeft nog iemand meegebracht die ons eerst nog wil spreken. Het gaat natuurlijk over geld. En over iets dat we over het hoofd hebben gezien. We zouden Zachari Tsjaad binnen brengen. Hijzelf is Nigerijn. Dus ook hij zou papieren moeten invullen en zo dus ook smeergeld betalen. Geld dat hij niet zou betalen maar wel wij moeten opdokken. (yeah right!?) Een kleine rekensom leert ons dat we tot Bol zo'n tien checkpoints zullen passeren maal gemiddeld zo'n 1500 CFA baksjis = 15.000 CFA extra. Dat kan dus niet, no way! En daar komt die gozer nu pas mee af. Wij beseffen dat een gids meenemen in een vreemd land enkel maar tot nog meer problemen kan leiden. Dus beslissen we hem mee te nemen tot aan de grens en niet verder. Dat is ook het stuk waarvan de politie zegt dat het het moeilijkst traceerbare is. En dat voor 15.000 CFA (23 euro). Te nemen of te laten. Hij neemt het. We kunnen eindelijk vertrekken.

Tsjaad

7u00, op naar Tsjaad! Uit Nguigmi geraken is inderdaad niet simpel. Overal liggen verschillende sporen die komen en gaan in alle mogelijke richtingen. Zachari wijst ons nonchalant de goede weg.
De piste laat zich direct van zijn beste kant zien. Harde stukken assepiste worden afgewisseld met hele stretchen van diepzand. In deze stukken is het 2de versnelling 'all the way'. Tegen 40 km/u ploeteren door het zand. Andere stukken gaan dan weer wat sneller. Na een klein uurtje staan we aan het laatste militaire check-point van Niger. Twee barakken, met een paar houtvuren en daar rond een zestal versufte soldaten zich zitten op te warmen in de zon. Eén ervan schrijft onze gegevens over in een heel groot boek. De anderen zeggen niets. We mogen alweer vlug vertrekken. Geen vraag naar cadeaus, niets, het is nog te vroeg waarschijnlijk. Tien kilometer verder roept Zachari plots 'STOP', in the middle of nowhere. Ik denk direct aan een valstrik. Iets verderop zie ik een paar nomaden uit de duinen wandelen. Ik kijk naar Michèle, dan naar Zachari en denk: 'da's één van hen', 'ze hebben ons hier goed beet', 'hier hebben ze ons met ons kloten!' Ik stop niet onmiddellijk maar Zachari roept opnieuw 'STOP, c'est la frontière ice!' Hier de grens? Hier is niks, zelfs geen barak, noch vlag. Maar ik stop nu wel. Benieuwd of die nomaden naar ons toe zullen stormen. Dat doen ze gelukkig niet. Zachari stapt vriendelijk uit de auto en wenst ons nog een prettige dag. Hij zal die 45 kilometer wel gewoon terugwandelen. Wij hadden gedacht dat er aan de grens wel een gebouw zou staan waar meerdere mensen zouden passeren per dag. Maar dat was niet zo, hier passeert haast niemand. Zachari moet 45 km terug door de hitte. Samen met het afgesproken geld, een fles water, twee broden en een zakje suiker van onzentwege is hij vertokken. Die nomaden toch.

En wij moeten weer verder! Deze keer staan we er alleen voor. En we zijn dus volgens Zachari in Tsjaad. Ojee, het land van de paramilitairen en de rebellen! Maar de piste is duidelijk te zien, twee sporen die gevolgd dienen te worden door het diepe zand. We zijn nog geen 20 kilometer verder, ik zie nog net een paar mensen links op zo'n 50 meter, Michèle roept en BAF, wéér een hond onder de wielen. Een enorm gekerm, ik geef terug volle gas en zie deze keer een zwaar toegetakeld beest opstaan, neervallen, terug opstaan, de mensen die er naartoe rennen en weg zijn wij. Alweer een hond overreden! Op twee dagen tijd. Als dat de tendens is wordt het nog een bloederige trip. Halleluja!

Zolang het maar geen kameel is, want die zitten hier genoeg, en geven meer brokken. Wilde kamelen grazend en rennend door de duinen. Schoon beeldekes levert het op.

Kanirm is het eerste dorpje in Tsjaad. Hier gebeuren de grensformaliteiten. Een politieagent legt ons de procedure uit. Eerst gaan we naar douane, daarna naar politie, dan naar gendarmerie, en daarna naar de securité. Vier hutten verspreid over het terrein. Hut 1, douane. Hier moeten we wachten op de secretaire om de papieren in te vullen. Na twintig minuten komt de heer met de pen en de stempels. De auto wordt vanbinnen gecheckt, papieren ingevuld, stempels gezet. Hut 2, politie. Hier moeten we ook wachten op de secretaire. Na een kwartier komt dezelfde secretaire van de douane met een pen en andere stempels ook hier de boeken invullen. Eén secretaire voor douane en politie, haha. Zou hij ook voor de gendarmerie werken? En ja hoor. Hut 3, gendarmerie, zelfde secretaire opnieuw met andere stempels schrijft in de derde hut dezelfde informatie in weer een ander boek. Great, zolang het maar vooruit gaat. En zelfs in hut 4 bij de dienst securité komt the mister himself nog een keer onze gegevens in een boek schrijven. Hilarisch. Hij is waarschijnlijk de enige die hier kan schrijven. We geven hem als beloning 2 zakjes suiker (en hij had er niet om gevraagd). En wij rijden weer verder. Over de volgende kilometers valt er eigenlijk weinig te zeggen. De piste met vele bochten is overal diepzand. Wat wil zeggen zwoegen en zweten, de auto slingert zich als het ware over de weg. Maar als 3 ton begint te slingeren moet dat onder controle gehouden worden aan het stuur. Zonder servo is dat dus peren geblazen! (Zie filmpje) Gelukkig is de omgeving zeer mooi. De dorpjes die je passeert zijn heel pittoresk. Rigrig bijvoorbeeld is een mini oase omgeven door sneeuwwitte duinen, magnifiek. Liwa ligt aan de andere kant van een vallei die ooit nog deel uitgemaakte van het Tsjaad meer. In de vallei wordt nu zout ontgonnen. Het is ook het enige punt waar we bijna verkeerd en daarom ook bijna vast zijn gereden. Je moet een manier vinden om van de grote duinen in de vallei te geraken en dan weer terug omhoog naar het dorpje zelf. De dorpsbewoners zelf wijzen dan wel weer het vervolg van de piste. Op zo'n 80 kilometer van Bol komen we vrij onverwacht op een verlaten en volledig geërodeerde asfaltweg uit. Van het asfalt blijft maar weinig over. Je kan zelfs niet op de baan zelf rijden. Aan beide kanten naast het verharde gedeelte zijn sporen uitgereden die je moet volgen. Maar ook dit is zwoegen geblazen. Tegen 17u bereiken we Bol. Negen uur gereden over 300 kilometer. Dat is net iets meer dan 30 kilometer per uur in temperaturen die de veertig makkelijk overschrijden. Ja mannekes, wij zijn blij om in Bol te arriveren.
Bol is een klein stadje of een groot dorp, who knows? Het ligt vlak aan Lake Chad en is daarom vrij groen. Slapen mochten we in de compound van een Tsjaadse Advenspastor. Hij herbergde nog een paar Amerikanen die in dit dorp een school komen bouwen. Het wordt nog een gezellige avond met heel de familie in een kring, liters thee die de ronde doen net zoals de verhalen over hier (Tsjaad) en daar (Het Westen), over moslims en katholieken en over het bouwen van scholen op de vreemdste plekken in Afrika.

De volgende ochtend moeten we ons nog gaan melden bij douane (het carnet wordt hier pas afgestempeld) en politie. Een tijdrovende bezigheid als de stempels zoek zijn of als de commissaris spoorloos is. We verliezen anderhalfuur door inefficiëntie. Snel verder dus richting de hoofdstad zo'n 400 km verder. De baan waarmee we Bol hebben bereikt moet nu verder oostwaarts gevolgd worden. 250 kilometer hetzelfde liedje als de dag voorheen. Zand, stof, richels en bulten. Enkel de volgestouwde Toyota pickups met (para)militairen (?) haalden ons in. Prachtig zicht; twintig man volledig gesluierd in de bak en op het dak, allemaal een geweer in aanslag, de chauffeur geeft volle gas, ze vliegen haast voorbij, we proberen nog even aan te klampen maar dat heeft geen zin. Ze verdwijnen in een reuze stofwolk. En wij maar slikken en kuchen.

Via Massakori en Massaguet komen we plots terecht op een splinternieuw aangelegde MACADAM! Het valt misschien moeilijk te begrijpen maar dat brengt in ons vreugdekreten naar boven. Als je al drie dagen hebt liggen akkeren in het zand (over zo'n 1000km) is het geluid van rollend rubber over asfalt het mooiste om te horen. Op 'Speakerboxxx/The love below' van OUTKAST na dan misschien. Deze knalt nu loeihard uit de luidsprekers. HEY YA! Bijna in N' Djamena! Zonder stukken, zonder bandieten, zonder corruptie, zonder pech. We liggen op schema. Douala, here we come.

In N'Djamena kan er makkelijk gekampeerd worden in 'La Caravelle'. Goede ligging, lekker eten en vriendelijke mensen. We blijven hier twee dagen om ons visum voor Kameroen in orde te brengen. Wij gaan voor een visum voor 6 weken. Dat blijkt niet mogelijk te zijn. We krijgen eerst te horen dat we géén visum krijgen. Oei shit, dat kan niet waar zijn. Na wat aandringen mogen we op audiëntie bij de ambassadeur zelf. Daar leggen we onze plannen uit, 'tour d' Afrique en voiture', 'tourisme', 'sortir le pays par Nigeria', etcetera.. We krijgen een visum. Wel maar voor één maand. Merci, au revoir. Dat wil dus zeggen dat we 24 maart alweer het land uit moeten. Dat wordt krap als je bedenkt dat Lut pas 19 maart terug op het vliegtuig stapt. Mààr, dat zijn problemen voor later. Eerst nog in Douala geraken. Vijf rijdagen verder.

Hieronder louter ter info voor diegenen die ooit van plan zijn deze contreien op te zoeken, de GPS waypoints van Nguigmi in Niger tot N' Djamena in Tsjaad. Ze vormen een makkelijke leidraad voor de te volgen route.

1. Nguigmi (N) N14 15.331 E13 06.724
2. Grens (N-T) N14 25.033 E13 28.813
3. Kanirm (T) N14 23.955 E13 46.604
4. Rigrig N14 15.870 E14 21.498
5. Liwa N13 52.694 E14 15.959
6. Kaya N13 41.914 E14 16.513
7. Ngolio N13 41.914 E14 37.007
8. Njggda N13 33.829 E15 09.686
9. Ngouri N13 38.680 E15 22.425
10. Massakori N12 59.873 E15 44.027
11. Massaguet N12 28.359 E15 27.034
12. Ndjamena N12 06.416 E15 02.417

Grens Tsjaad - Kameroen: drukke grens, veel krijsend volk, stay cool. Gendarmerie vraagt de onofficiële 'Tax de Sortie', 2000 CFA per man, niet onderuit te komen. Douane zeer vriendelijk, securité idem. Voor het oversteken van een simpele brug over de rivier, 1500 CFA, voor iedereen.
Kameroenese kant: iedereen zeer vriendelijk, geen enkel probleem.

Kameroen

We zijn in Kameroen! In het meest noordelijk puntje ervan. Nu nog helemaal omlaag, nog 1900 km (maar). De eerste 250 kilometers zijn - naar horen zeggen - gevaarlijk. De weg loopt pal naast de grens met Nigeria en de streek wordt daarom al jaren geteisterd door Nigeriaanse 'Coupeurs de Route'. Dat zijn groepjes van drie tot vijf man sterk die je tegenhouden met het geweer in aanslag of simpelweg spijkers over de weg uitstrooien opdat je automatisch zou stoppen. Ofwel gaan ze aan de haal met al je geld en camera's ofwel vragen ze koudweg de autosleutels en zijn ze met alles weg. Niet echt iets wat we willen meemaken. We rijden die eerste kilometers dan ook tegen 120 km/u. Om de paar kilometer komen we gewapende soldaten tegen die de dingen zogezegd in de gaten houden. Op sommige verlaten stukken staat er niemand. Elke wandelaar is voor ons verdacht. Een paar keer zien we mensen uit de berm naar de weg rennen, telkens mensen die om een lift vragen, telkens, gelukkig, loos alarm. Eenmaal in Mora draait de weg langzaam naar het Oosten, weg van de Nigeriaanse grens, het gevaar zou hier geweken moeten zijn. Van Mora gaat het in één ruk naar Garoua waar we overnachten in Auberge Hiala Village. De volgende dag rijden we tot Ngaoundéré, het laatste stadje gelegen aan het asfalt. Hier slapen we wild in de brousse. Vanaf hier loopt de weg in de vorm van een rode aarde(wasbord)piste de jungle in. Ze gaat dwars doorheen het Massief de l' Adamaoua. De panorama's zijn prachtig. De overgang van de woestijn in het hoge Noorden via de Sahel eronder naar de dichtbeboste semi-tropische jungle in centraal Kameroen is helemaal de moeite waard. We passeren ontelbare huttendorpjes met namen als, Martap, Béka Goto, Tékel, Mamban, Ngat, Djambala, Bot Makak en Deuk. Spijtig dat we hier niet een paar dagen langer kunnen blijven. Hier valt nog veel te ontdekken. Wij passeren er als vanouds met een grote stofwolk in ons zog. Na twee dagen en 600 km kronkelend pistewerk komen we, volledig weggevibreerd, eindelijk terug op tarmac terecht, in Foumban. De kilometers beginnen echter zwaar door te wegen. Vanuit Niamey hebben we nu 3750 km gereden waarvan 1600 km over pistes en dit gespreid over 11 dagen. We beginnen lichte verschijnselen van uitdroging en oververhitting te vertonen. De Isostarpoeder wordt bovengehaald en we drinken zoveel mogelijk. Nog zo'n 400 km tot Douala. Nog één dag. De volgende komt Lut aan. Het is 2 maart.

Die laatste paar honderd kilometer gaan naar Afrikaanse normen relatief vlot. We zijn zeker acht uur in de weer om ze af te leggen. Je moet ontelbare keren stoppen aan checkpoints, peage betalen, in de file staan, etc.. En Kameroen is alles behalve vlak. Het is volledig bezaaid met bergen, groot en klein waar de wegen dan weer smal, dan weer breed, dan weer bezaaid met putten en kuilen en dan weer gaaf doorheen lopen. Mààr, tegen 17u rijden we rustig 'opgefuckt' Douala binnen. We vinden gelukkig van de eerste keer het Hotelletje waar we blijven overnachten.

We hebben het gehaald.
En is er bier?
Geef me er een stuk of 60.
Wij zijn content.
Want we leven nog.
Morgen naar de luchthaven.

OVER AND OUT

( )

Cotonou - Niamey [06 February 2004 - tim]
En ondertussen On The Road:

Net voor het Vodunfestival in Grand Popo zijn we in Cotonou op bezoek geweest bij Fred en Louise, een Belgisch-Zimbabwaans koppel. We hebben elkaar leren kennen in Kokrobite (Ghana). Fred werkt voor een NGO gelinkt aan Unicef en Louise geeft les. Interessante gesprekken, lekker eten en smakelijke Rum. We sliepen op het dak van hun huis vlak naast het vliegveld waar afgelopen Kerst een Libanees passagiersvliegtuig is neergestort.
Een paar pittige anekdotes met betrekking tot de crash en wat er daarna gebeurde:

Het vliegtuig was acht ton te zwaar geladen. Met het opstijgen haalt de piloot onvoldoende snelheid en krijgt hij het toestel niet op tijd de lucht in. Hij meldt dit aan de controletoren. Vanuit de controletoren wordt geroepen: "Geen keus, jullie MOETEN opstijgen!" De piloot doet zijn best maar raakt op het einde van de strip met het landingsgestel een klein gebouwtje. De piloot verliest de controle over het toestel en stort neer vlak achter de omheining van het vliegveld, op het strand en gedeeltelijk in de zee. Het toestel vliegt in brand. De brandweer rukt uit. Ze rijden over de landingsbaan naar het verste eind waar enkel een poort hen scheidt van het neergestorte toestel. Ze komen aan de poort en merken dat ze de sleutel niet bij hebben. In plaats van door de poort te vlammen - er zijn op dat moment mensen aan het sterven - keren ze en rijden ze helemaal terug naar de hoofduitgang om via de openbare weg het strand en dus het toestel te bereiken. Ze verliezen hierbij 30 minuten. Het toestel ligt in stukken verspreid over het strand. De brandweer rijdt met haar zware trucks het strand op. Ze vergeten de 4x4 aan te zetten en rijden allen vast, nog steeds op meters van het wrak. Zandplaten worden bovengehaald, mankracht opgetrommeld om te duwen. Na 45 minuten kan er eindelijk geblust worden.
Wat gebeurt er tijdens die 45 minuten aan het wrak? Het vliegveld ligt in één van de drukst bewoonde wijken van de stad. Het vliegtuig is net neergestort. Een volksmassa stormt naar het wrak. De bagage - verspreid over het strand - wordt meegenomen. Kledingsstukken, geld en juwelen worden van de lichamen gerukt. Iemand vindt zelfs twee reiskoffers vol met Libanese bankbiljetten. Taxichauffeurs rijden weg met hele stukken vliegtuig op hun dak. De politie grijpt niet in, de overmacht is te groot. Het enige wat overblijft is verwrongen staal en veel lijken, 143 om precies te zijn. Neerstorten in Afrika, voor de lijken zal het worst wezen.

In Ouidah zijn we ook gestopt. Vooral om daar 'Le Route des Esclaves' te gaan bezichtigen. Een lange zandweg naar het strand met daarop fetisj beelden en monumentale standbeelden van oude Afrikaanse symbolen. Het is de vier kilometer lange route die de slaven namen naar het strand om daar aan boord te gaan van de schepen die hen naar The Americas voerden. Op het strand zelf staat het Unesco-monument 'La Porte de Non-Retour'. Het is een grote Arc versierd met indrukwekkende bas-reliëfs die de geketende slaven op weg naar het water afbeelden. Het heet 'La porte de non-retour' omdat de slaven op dit punt voor de allerlaatste keer een blik konden werpen op hun continent.

Op het moment dat wij in Ouidah waren was er ook net een Internationaal Filmfestival aan de gang, La Quintessence. Na Marakesh ons tweede filmfestival. Net zoals het festival in Marokko zaten ook hier de zalen alles behalve vol. Maar het programma zag er dan wel weer goed uit. Wij hebben er de kortfilm 'Bosnia Airlines' gezien, de Frans-Britse prent 'Swimming Pool' en een Palestijns-Israëlische langspeler 'Divine Intervention' van ene Mr. Souleiman. Deze laatste heeft vorig jaar nog de Publieksprijs in Cannes gewonnen en was met zijn tragi - komische fragmenten uit het Palestijns - Israëlisch conflict helemaal de moeite waard. Het was sowieso fijn om nog eens een paar lekkere films te zien.

Van Ouidah ging het terug landinwaarts. Goodbye sea, see you again in Cameroon. Op naar Abomey op zo'n 140 km van Ouidah. Abomey was ooit de hoofdstad van het grote koninkrijk van Dahomey. De twee paleizen die er nog zijn overgebleven van het ooit 44-hectare grote complex behoren tot de best bewaarde van heel West Afrika. En alles is er ook doordrongen van de animistische traditie: muren die zijn opgetrokken uit cement vermengd met menselijk bloed. Her en der fetisj-tempels en centraal het koningsgraf geflankeerd door het massagraf waar zijn veertig koninginnen zich na de dood van hun echtgenoot -vrijwillig - levend lieten begraven. Eindelijk hadden we ook eens een goede gids die het allemaal op een toffe en interessante manier kon uitleggen.
In Abomey verbleven we bij 'Chez Monique'. Een Beninese Mama die over de jaren heen een prachtig eigendom heeft samengesteld. Een magnifiek terrein met veel groen, bungalows, wilde beesten en veel Afrikaanse kunst over het geheel verspreid. Drie kamers en een heuse winkel vol met sculpturen, beelden, maskers, brons en juwelen afkomstig van over heel Afrika. We hebben het natuurlijk niet kunnen laten om er een paar stukken te kopen…

Op naar het noorden, naar Natitingou en het Sombavolk om precies te zijn. De Somba leven niet samen in dorpen maar individueel per familie verspreid in de heuvels. Daar leven ze niet in gewone hutten of huizen zoals we die al bijna overal gezien hebben. Nee, deze mensen bouwen hun eigen mini forten, Tata Somba's genoemd. Het zijn net kleine kasteeltjes opgetrokken uit klei en riet met torentjes en al. De dieren verblijven op het gelijkvloers, de keuken ligt op het tussenverdiep, en de mensen leven op het eerste verdiep waar ook het terras ligt en de toegang naar de torentjes die elk één slaapkamer tellen. Het is een paradijselijk mooie omgeving om in rond te lopen. En de mensen zijn super vriendelijk en gastvrij.

Ondertussen hadden wij vernomen dat onze reiscompagnons Tom en Tine uit Gent net van Burkina Faso de grens met Benin gingen oversteken. Aangezien we allemaal in de buurt zaten hebben we afgesproken in Tanguiéta, vlak aan Parc National de la Pendjari. We verbleven er in Hotel Baobab waar we gratis mochten kamperen op voorwaarde dat we er wel aten. Geen probleem voor ons, eten moet toch iedereen. Het weerzien was straf, de verhalen die volgden nog veel straffer. Altijd fijn om nog eens uit te huilen op andermans schouder..

Na een paar dagen samen hebben we dan toch besloten om door het Nationaal Park naar Niger te rijden. Ons geld was wel bijna op maar we zouden op deze manier een paar honderd kilometer afsnijden. En we kregen er hopelijk een pak beesten en mooie pistes voor in de plaats. Het relaas van het bezoek valt te lezen in de Benin map van deze site.

Van Pendjari ging het vrij snel naar de grens met Niger met nog één overnachting op Beninees grondgebied, Kandi. In de plaatselijke Auberge stond de televisie uiteraard op voetbal want The African Cup of Nations was net begonnen. We hebben dan maar als vanouds heel de namiddag naar drie matchen gekeken. En ja, die Afrikanen kunnen nog steeds stevig sjotten! Dat belooft voor de volgende wereldbeker. Mijn pronostiek voor de finale: Senegal - Kameroen, 1 - 2.

De grensovergang met Niger was alweer makkelijk. Nog 350 km tot Niamey! En daar zijn we dan na een zotte avondrit in het donker aangekomen. Eindelijk. Na veel stof, zand, beton, zweet, beesten en kilometers terug in een huis. Een huis met een sofa om in te zitten, een koude frigo om uit te drinken en zelfs een zwembad om in te zwemmen, jawel.
Dank U zéér, Anne en Luc!

Wij blijven hier nog een paar dagen om een beetje op onze effen te komen na het verschrikkelijke nieuws van vorige week, de auto terug tiptop te zetten en visa te verkrijgen voor onze volgende landen.

Vanaf 15 februari rijden we verder door de Nigerijnse Sahel via Tsjaad naar het Centraal Afrikaanse regenwoud in Kameroen, het verste punt op onze reis.

OVER AND OUT.

( )

Bamako - Ouagadougou [09 December 2003 - tim]
Route-info voor Overlandcompagnons en natuurlijk al de rest.

Bamako, een hel als je er 's avonds arriveert. Een mierennest, een vuilhoop, duizenden mensen, voertuigen en uiteraard ezels op de baan. De Katholieke Missiepost zat vol: een grijze oude non met een schelle stem: "Mais monsieur, il faut que reserver en avant, hè!" Dan maar naar Mission Libanese (rue Pointcarré - 2500 CFA/pp) en daar was het simpel maar goed. Een binnenplaats van een compound met hoge muren midden in het stadscentrum, wel geen eten, noch drinken verkrijgbaar. In Bamako zijn we dan vier dagen gebleven. Het einde van de Rammadam gevierd, visa verplichtingen geregeld voor Burkina, een eet-livemuziek-dansclub ontdekt, l' Akwaba. Vet geshopt in een geairconditionde decadent dure importsupermarkt, (10 euro voor een pak muesli, zo van die dingen), veel bezocht en rondgehangen.

Van Bamako zijn we dan vrij snel naar de Burkinese grens (Sikasso - Bobo) gereden. Deze was weer zeer aangenaam om te doen. Misschien lag het toch aan het rode kruis t-shirt dat ik droeg... Na twee dagen broussecamping zijn we dan eindelijk in Bobo Dioulasso aangekomen, met platte tupe welliswaar. Deze keer zat er een knoert van een spijker in. In Bobo heeft me ook eindelijk iemand de reden van het platrijden duidelijk gemaakt. Allé, er hebben al veel mensen opinies gespuid, maar deze leek me toch het meest aannemelijk. Het zit namelijk zo; de BF Goodrich buitenbanden kunnen niet met binnenbanden bereden worden. Deze buitenbanden kunnen enkel tupeless opgelegd worden op tupelessvelgen. De binnenbanden schuren zich kapot op de ruwe binnenkant van de buitenband. Zand helpt, maar zelfs zonder zand schuren ze zich toch kapot. Oplossing: nieuwe velgen kopen waarop de Goodrichs tupeless gemonteerd kunnen worden. En het is dan ook dat wat we gaan doen. Probleem in Burkina; hier verkopen ze zo'n velgen niet, ha! We moeten dus nog tot in Ghana doorrijden. (en ondertussen blijven plakken en niet wild worden). Soit, genoeg hierover.

Vijftien kilometer voor Bobo ligt La Guinguette. Een waterbron verborgen in het mooie Foret de Kou. Je kan er naaktzwemmen, liggen en niets doen. La Guingette bereik je via een pittige piste van zo'n 8 kilometer achter het dorpje Koumi naar rechts komende van Bobo.

Bobo Dioulasso is een heel fijn stadje met een fijne marché, een indrukwekkende Moskee en een scabby internetverbinding. We verbleven in Casafrica gelegen in een mooie buitenwijk. En ook hier vriendelijke mensen, mooie tuin, lekker eten en niet duur.

Van Bobo zijn we naar Banfora gereden. Hier hebben we in de Mc Donalds gegeten! Niet de echte maar wel een hele goeie. Op 10 km pistewaarts hiervandaan ligt Lac Tengréla. Een meer met, jawel, Hippopotamussen, echte joekels van Nijlpaarden. Met een bootje zijn we ze gaan opzoeken aan hun kant van het meer. Je ziet natuurlijk enkel de relatief kleine kopjes die boven het water uitsteken. Maar we hebben dan toch eindelijk groot wild gezien. Daarna nog doorgereden naar de Karfiguéla Watervallen die uiteindelijk toch een beetje tegenvielen. De rotsformatie is wel de moeite maar het water dat naar beneden valt is niet echt indrukwekkend. 'We've seen better than that.' Op een paar honderd meter van de watervallen kan je overnachten in een Buvette. Stelt niet veel voor maar ze hebben wel coca.

Next stop was Boromo. Een veel belovende naam voor de veel belovende activiteit die we daar zouden doen; Olifanten zien. De eerste nacht hebben we geslapen in Campemant Le Kaicedra, daarna in de brousse zelve. Maar meer hierover in 'Een olifant, aub' onder de map Burkina Faso.

Na die paar dagen in de brousse zijn we geplaagd door een vreemdsoortige vlooieninvasie in bak, tent en aanverwante. We zijn dan eens in Ouagadougou aangekomen, direct tot actie overgegaan en zijn de 'bloody creatures' nu aan het bestrijden. Dat moet na onze Antwerpse ervaringen snel gebakken zijn. Tenzij dat zo'n hardnekkige Afrikaanse soort is natuurlijk...

Nu zitten we dus in de hoofdstad Ouagadougou en ja, ook hier is het wederom zalig vertoeven. We verblijven er in de groene binnentuin van Auberge les Manguiers. Er passen hier net twee auto's, heel lekker ontbijt en er werkt hier een super knappe madam.

En nog effe voor de duidelijkheid, de weg van Bamako tot Ouagadougou is een gave macadam.
OVER AND OUT.

( )

Sukuta, Gambia - Kita, Mali [25 November 2003 - tim]
Wij zijn vanuit Sukuta Camping, Gambia, vertrokken naar Boboi Lodge (30 km zuidwaarts aan de kust). En daar was het inderdaad zaalig. Palmbomen op het strand, mooie hoge golven en super vriendelijke mensen. Zijn er dan ook twee nachten gebleven. Moesten ons dan ook wel reppen. Maandag moesten we immers het land uit. Zijn dan zo snel mogelijk via Georgetown en Basse Sante Su naar de grens met Senegal gereden. Tot Georgetown was de weg een hel, daarna viel het goed mee. Gekampeerd in de brousse in de buurt van Jang Jang Burreh. De grensovergang van Gambia naar Senegal in Badiara was een piece of cake operatie. Geen gezever en gezaag, geen baksheesh (smeergeld), zoals het moet dus.

Eens terug in het aimabele Senegal zijn we over Velingara naar Tambacounda gereden over een perfecte baan en dan diezelfde dag nog naar Dar Salaam, het toegangsdorpje van Parque National de Niokola Koba. De Route National doorheen het park is een gave macadam. De paadjes in het park zelve zijn van een ander kaliber. We hebben één dag een gids in de auto genomen en dat was maar goed ook. Eén dag park was in deze tijd van het jaar volgens ons voldoende. Het gras staat inderdaad hoog, de begroeiing is zeer dik en veel grote mammals zie je dus niet. Geen leeuwen, geen olifanten, geen nijlpaarden, geen buffels, snif. Desalniettemin is het wel een prachtig gebied om doorheen te rijden. Veel kreken, vijvers en riviertjes, een hangbrug en etcetera. Verschillende soorten gazellen, wilde zwijnen, nog wildere krokodillen, vogels en vooral apen, zelfs van die grote bavianen met rode konten gezien. De moeite dus. Wegens de vele neerslag van de afgelopen maanden waren wel niet alle paadjes berijdbaar. We hebben maar één keer de 4x4 moeten inschakelen. Hoe die Hollanders daarin vast gereden zijn snap ik eigenlijk niet zo goed. Zijn die gasten er alleen op uit getrokken of was er gids bij? Parkrangers vertelden ons dat het niet meer toegelaten is om alleen te vertrekken... soit.

De volgende dag zijn we niet verder naar het zuiden gereden om daar de grens met Mali over te steken maar terug naar Tambacounda. Die zuidelijke overgang is gesloten. Het water in de rivier staat er nog te hoog om over te steken. In Tamba kwamen we die Mitsubishu of Mitsubushi Pajero Hollanders nog tegen. Die waren wel afgezakt naar de zuidelijke overgang, na een helse rit over ezelspaden en dergelijke zijn ze moeten omdraaien wegens HET WATER. Ongeveer gelijktijdig zijn we dan naar de Malinese grens in Kidira vertrokken. Die was ook wonderbaarlijk makkelijk te passeren. Geen hassle, ook geen Baksheesh.

En ineens waren we in Mali. De mooie weg die ons uit Senegal leidde stopte abrupt aan de grens. Vanhier tot Kayes een hel van een semi verharde weg met gigantische putten, richels en greppels. En ook deze keer wilden we voor het donkere in Kayes zijn, we moesten ons dus haasten. De Hollanders zijn we door het sjeezen onderweg ergens kwijtgespeeld. We weten nu vier dagen later nog altijd niet of ze voor ons of achter ons zitten. Waarschijnlijk voor ons. In Kayes hebben we in een missiepost geslapen voor 1500 CFA (bij het binnenrijden van Kayes aan de grote radio-antenne links de kleine piste op, 300m verder aan de rechterkant grote compound, daar ist). Van Kayes zijn we de volgende dag ergens voorbij Diamou geraakt, amper 90 km verder. Een hele dag over de voorlopig zwaarste piste van de reis. Van een baan was niet echt te spreken. Het waren twee sporen die gevolgd dienden te worden over putten en dalen, diep geërodeerde stukken grond, menshoge grassen, losse zanderige piste en vooral steile rotsbeklimmingen waarvan ik vreesde dat zelfs den Toyotah het niet zou halen. Constant in 4x4 deze keer, enkele keren de bodem geraakt en volledig door elkaar geschud. Soms liepen de paden op niets uit en dan maar uitzoeken waar het dan wel weer verder ging. De volgende dag nog meer van datzelfde. En maar hopen dat den bak het niet begeven zou. Want hij heeft gekraakt en gekreund den arme jong. Toen ik dacht dat geen enkel tweewielaangedreven vehikel deze piste kon doen passeerden er twee 2PK's, potdorie! Het is dus wel mogelijk. In Bafoulabé wordt alles beter, vanaf hier een mooie vlakke aardrode piste naar Manantali. Je kruist talrijke kleine hutten dorpjes. C'est le vrai Afrique, magnefique! Maar pas op, je moet eerst nog over de grote brede Bakoye-rivier en dat kan op het moment enkel in Mahina, over de treinbrug. Goed kijken of er geen trein aankomt, hop de sporen op en snel naar de andere kant. In Manantali hebben we geslapen op het terrein van een discotheekrestaurant en dat hebben we geweten. Het was vrijdagavond en that means DANCE! Harde Malinese muziek en zotte afrikanen... Jiehiew.

Van Manantali zijn we naar Kita gereden waar we nu zitten. Moe en volledig onder het stof. Hier zijn we dan voor de allereerste keer voor een kamer gegaan in het plaatselijke Relais Touristique. Vanbuiten ziet alles er deftig uit, binnen de muren helemaal anders. Afgeleefd onderkomen, geen keuken, geen water in het zwembad en vreemde kwezels op het terrein.
Morgen rijden we door naar Bamako, de hoofdstad. Spannend.
OVER AND OUT.
( )

Europa - de start
Marokko
Mauretanië
Mali
Roadbook
Homepage
A little Story
Burkina Faso
Ghana
Benin
Niger
Jasperman
Kameroen
Advertentie
Nigeria
Food for thought
Facts and figures


voortgang

vertrek...14/09/03
website online!...19/09/03
Overzet Spanje - Marokko...29/09/03
intro Mauretanië ...14/10/03
Senegal !!...20/10/03
The Gambia...03/11/03
back to Senegal.....17/11/03
and on to Mali...19/11/03
crossing Burkina border...30/11/03
into the Ghanaian madness...14/12/03
racing through Togo...03/01/04
Benin!...04/01/04
aankomst Niamey...26/01/04
Chad !...23/02/04
Cameroon Cross...27/02/04
exit Cameroon - enter Nigeria...24/03/04
back on Nigerien soil...26/03/04
back to Burkina...03/05/04
inside Mali again...05/05/04
Crossing Mauritania...13/05/04
re-enter Morroco...17/05/04
exit Africa - back to Europe...03/06/04
BACK HOME, BASTA!...26/06/04




De Nachten
ecnef, maar dan andersomfence
Instituut Tropische Geneeskunde
Kunstbende
Lieven en Natalie ver eweg
Niels in de Caraiben
Toyota overland walhallaRoots 4x4, S. Vandierendonck
Sahara Overland
cool shit!Villanella
Wegwijzer


edit this siteLoveandbob